Berichten

Een hoogbegaafd kind herkennen, hoe doe je dat?

Veel hoogbegaafde kinderen voelen zich al anders zodra ze op de kleuterschool starten. Ze komen vaak binnen met een bepaald beeld van school, maar merken al snel dat de werkelijkheid niet aansluit bij wat ze hadden verwacht. Dat kan frustrerend of teleurstellend zijn. Sommige hoogbegaafde kinderen voelen zich niet begrepen. Als dat gevoel blijft bestaan, kan school iets worden waar ze tegenop gaan zien. En dat is zonde, want juist daar zouden ze zich veilig en gezien moeten voelen.

In dit artikel gaan we dieper in op hoe je als ouder en als leerkracht signalen van een hoogbegaafd kind kunt herkennen.

Lees ook Nathalie haar vorige artikel: Vroege interesses bij hoogbegaafde kinderen

Waarom hoogbegaafde kinderen zichzelf verbergen

Hoogbegaafde kinderen vertonen op jonge leeftijd al een grote leerhonger. Als ze merken dat hun klasgenoten rustig wennen aan de schoolomgeving en nog opgaan in kinderspelletjes terwijl zij al behoefte hebben aan meer, beseffen ze al snel dat ze anders zijn. Hier bestaat het gevaar dat ze zich aanpassen om niet uit de groep te vallen.

Een voorbeeld: er zijn hoogbegaafde kinderen die zichzelf op prille leeftijd leren lezen, maar op school het tempo van hun leeftijdsgenoten volgen terwijl ze thuis al boeken lezen die geschikt zijn voor oudere kinderen.

Wat kun je als ouder van een hoogbegaafd kind thuis opmerken?

Wat hoogbegaafde kinderen vaak gemeen hebben is een opvallende leerhonger, een sterke nieuwsgierigheid en vroege interesses die je niet meteen zou verwachten. Thuis kunnen ze zich veiliger voelen dan op school. Als ouder kun je daar signalen zien die op school verborgen blijven:

  • Ze nemen nieuwe informatie razendsnel op.
  • Ze vervelen zich snel als het tempo te laag ligt.
  • Ze stellen regels ter discussie.
  • Ze hebben moeite met fouten: ze beginnen telkens opnieuw of geven snel op als iets niet perfect is.
  • Ze piekeren over grote thema’s zoals oorlog of het klimaat.
  • Ze stellen veel vragen om de wereld om hen heen te begrijpen.
  • Ze komen ongelukkig thuis na een schooldag.
  • Ze halen slechte cijfers terwijl je het gevoel hebt dat er veel meer in zit.
  • Ze hebben vroege, specifieke interesses die niet bij hun leeftijd passen.

Als ouder is het dan belangrijk om in dialoog te gaan met de school.

Hoe kun je als leerkracht een hoogbegaafd kind herkennen?

Iedere school heeft hoogbegaafde leerlingen en als leerkracht kun je veel betekenen in hun leven. Hoogbegaafde leerlingen vinden vaak niet voldoende uitdaging in de standaardleerstof en hebben andere behoeftes dan hun klasgenoten. Het zou jammer zijn als signalen genegeerd worden en kinderen hun motivatie verliezen. Let in de klas op het volgende:

  • Ze houden zich op de achtergrond en laten zichzelf niet zien.
  • Ze sluiten zich af van klasgenoten.
  • Ze zoeken liever contact met oudere kinderen of volwassenen.
  • Ze weigeren soms een opdracht, of beginnen telkens opnieuw als het resultaat niet perfect is.
  • Ze stellen veel vragen.
  • Ze lijken afwezig — ze staren uit het raam terwijl er van alles omgaat in hun hoofd.
  • Ze stellen regels ter discussie.
  • Ze halen slechte cijfers, maar je voelt dat er veel meer in zit.

Zo herken je een hoogbegaafd kind dat zichzelf verbergt

Omdat ouders thuis een heel ander kind kunnen ervaren dan op school, is het goed om het gedrag in verschillende omgevingen te vergelijken. Het kan waardevolle inzichten bieden en helpen een hoogbegaafd kind te herkennen.

Lees ook het artikel: Hoogbegaafdheid: wat is het en hoe herken je het?

Bij niet-herkenning loeren de volgende gevaren: onderpresteren, faalangst en zelfs schooluitval. Uiteraard is dit iets wat iedereen wil vermijden. Naast een passend schoolaanbod kan er aandacht zijn voor thema’s zoals ‘uitdagingen durven aangaan’ en ‘omgaan met faalangst’. Door hoogbegaafde kinderen te laten inzien dat een foutje maken niet het einde van de wereld is, bouwen ze veerkracht op. Geef hen vertrouwen en moedig hun interesses aan — dat helpt hun motivatie te behouden.

Een passende schoolomgeving maakt het verschil

Het gebeurt regelmatig dat hoogbegaafde kinderen van school veranderen. Voor het kind kan dat juist van groot belang zijn wanneer een andere school beter bij hen aansluit. Het erkennen van hun potentieel is belangrijk voor hun welzijn. Als hoogbegaafde kinderen zich gestimuleerd en ondersteund voelen, wandelen ze met vertrouwen de schoolpoort binnen — niet met een gevoel van anders zijn, maar met een gevoel van mogelijkheden en kansen. Daarom onderstreep ik in dit artikel en ook in mijn boek ‘Mindset: Waarom positief denken belangrijk is bij hoogbegaafdheid het belang van een goede communicatie tussen het kind, de ouders en de school.

Communiceren als HSP: zo bouw je de brug naar anderen

Je zit in een vergadering. Terwijl iemand de vraag nog uitspreekt, heeft jouw hoofd al drie mogelijke antwoorden geformuleerd, twee verbanden gelegd met iets wat vorige maand speelde, en een oplossing bedacht die eigenlijk nóg beter werkt. Je deelt het enthousiast. En dan zie je de gezichten.

Aarzelend. Afwachtend. Iets van: ‘wauw, oké, ehm…’

Herkenbaar? Voor veel HSP is dit een vast patroon. Communiceren als HSP betekent vaak: op een andere frequentie zitten dan de mensen om je heen. En dat gevoel klopt. Dat is vaak ook zo.

Waarom botst communiceren als HSP (of HB) zo vaak met anderen?

Als HSP verwerk je informatie anders dan de meeste mensen. Dieper, sneller, en in associaties die tegelijkertijd oplichten. Onderzoeker Elaine Aron — die het begrip HSP in de jaren negentig introduceerde — noemt dit depth of processing: de neiging om prikkels op meerdere niveaus tegelijk te verwerken (hsperson.com). Voor hoogbegaafden geldt iets vergelijkbaars: het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid omschrijft hoogbegaafdheid als ‘sneller en op meer niveaus tegelijk denken en verbanden leggen’ (kenniscentrumhb.nl). Dat is geen fout in je systeem — dat ís jouw systeem.

Maar dat verschil in verwerking kan voor wrijving in communicatie zorgen. Concreet gebeurt dit op drie manieren:

  • Tempo: Jij hebt het denkwerk al gedaan. Je bent bij de conclusie terwijl de ander de vraag nog aan het formuleren is. Daardoor kun je iets delen dat voor jou logisch en compleet voelt, maar voor de ander uit het niets komt — zonder de tussenstappen die nodig zijn om het te kunnen volgen.
  • Diepgang: Jij verwerkt informatie op meerdere niveaus tegelijk. Dat betekent soms dat je razendsnel bij de conclusie bent — maar even goed dat je juist heel veel context meegeeft, verbanden legt en het complete plaatje wil schetsen voordat je tot de kern komt. Voor de ander kan dat in beide gevallen lastig zijn: te snel, of juist te veel. Wat er onder beide patronen zit is hetzelfde: jij verwerkt dieper, en de ander heeft een andere aanloop nodig om mee te kunnen.
  • Intensiteit: Je enthousiasme, betrokkenheid of overtuiging is oprecht — en vaak groot. Voor jou is dat normaal. Maar de kans is groot dat je dat niet direct zo terugziet bij collega’s of mensen om je heen. Hierdoor kun je je voelen alsof jij overdrijft of ‘veel’ bent. Maar dat is zelden het geval — jij beleeft de wereld gewoon intenser, en dus is je enthousiasme ook groter.

En ja — dat is soms gewoon frustrerend

Laten we daar eerlijk over zijn. Want het gaat niet alleen om wat de ander ervaart. Het is ook voor jóu zwaar.

Het gevoel dat je moet wachten terwijl de ander nog bezig is met iets wat jou allang duidelijk is. Dat je een idee deelt en het niet landt, hoe goed je het ook uitlegt. Dat je je niet begrepen voelt, of — erger nog — dat je jezelf gaat afvragen of je misschien te veel bent. Te snel. Te ingewikkeld.

Die frustratie is begrijpelijk. En tegelijkertijd helpt het om te beseffen: de ander bedoelt het niet als afwijzing. Ze hebben gewoon een andere manier nodig om aan te haken. Dat is geen onwil — het is een verschil in verwerking.

De vraag is dus niet: hoe maak ik mezelf minder? De vraag is: hoe bouw ik de brug?

Wat er aan de andere kant gebeurt

Daar zit een misverstand dat je misschien niet verwacht: jij wil verbinden, maar de ander voelt zich juist buitengesloten. Niet omdat jij iets verkeerd doet, maar omdat alles al bedacht lijkt. Er is geen ruimte meer om mee te denken — jij bent immers al klaar. Of ze voelen de snelheid en intensiteit als een druk: de trein rijdt al, en ze weten niet of ze nog kunnen instappen.

Dat is precies het omgekeerde van wat jij bedoelt. En zodra je dat ziet, verandert er iets. Want dan gaat het niet meer om wie gelijk heeft of wie het snelst denkt — maar om hoe je de verbinding maakt.

Van één grote sprong naar kleine stapjes

Peter, een HSP ondernemer die ik begeleid, herkende dit direct. Hij vertelde:

‘Wat er bij mij vaak gebeurt, is dat ik iets al helemaal heb uitgedacht. Alle stappen zijn gezet, ik ben al bij de fase van “het hoeft alleen nog maar uitgevoerd te worden”. En dan bedenk ik: wacht, ik moet anderen meekrijgen. Dan moet ik een stap terugdoen en nadenken over hoe ik dat doe. Wat voor mij het beste werkt: begin met het probleem. Ik wil hier naartoe — maar hoe? Vervolgens benoem ik de deelproblemen, één voor één. En dan vraag ik ze er zelf over na te denken. Meestal probeer ik het zo in te leiden dat zij het gevoel krijgen dat ze het zelf bedacht hebben.’

Wat Peter beschrijft is precies de kern: hij accepteert dat zijn denkproces anders is dan dat van anderen, en hij past zijn communicatie daar bewust op aan. Niet door zichzelf kleiner te maken — maar door zijn denkstappen zichtbaar te maken.

Wat je kunt doen: vier handvatten

  1. Accepteer en erken het verschil

De eerste stap is simpelweg herkennen: jij denkt anders. Niet beter of slechter — anders. Dat is geen last die je moet dragen, het is een vertrekpunt. Zodra je dat echt accepteert, verdwijnt de frustratie (“waarom snapt niemand het?”) langzaam, en komt er ruimte voor echte aansluiting.

  1. Externaliseer je gedachten — laat je denkproces zien

De grootste verandering zit hierin: deel niet alleen je conclusie, maar laat de weg ernaartoe zien. Hardop denken. ‘Ik zie drie deelproblemen: allereerst…, dan…, en verder… Wat denken jullie?’ Zo nodig je anderen uit om mee te denken in plaats van alleen te luisteren naar een uitkomst die jij al weet.

  1. Begin waar de ander is, niet waar jij al bent

Vraag jezelf voor een gesprek bewust af: waar staat de ander nu? Wat weten ze al? Wat hebben ze nodig om aan te haken? Die kleine mentale check maakt het verschil tussen een monoloog en een gesprek.

  1. Maak je intensiteit bespreekbaar

Soms helpt het simpelweg om het te benoemen: ‘Ik merk dat ik hier erg enthousiast over ben — laat me even vertragen.’ Dat normaliseert jouw manier van zijn en geeft de ander ook ruimte om in te stappen.

Vertalen, niet inkrimpen

Communiceren als HSP of hoogbegaafde is geen kwestie van jezelf kleiner maken of langzamer doen. Het is leren vertalen. Van jouw rijke, snelle binnenwereld naar de ander. En die vertaalvaardigheid — als je hem bewust inzet — is juist een van je grootste krachten.

Want jij ziet dingen die anderen niet zien. Je hebt alleen een brug nodig.

 

Herken je dit en wil je hier samen naar kijken? Plan gerust een vrijblijvend kennismakingsgesprek in. Dan onderzoeken we hoe jij jouw manier van communiceren kunt inzetten als kracht — op het werk, in relaties, en in alles wat ertoe doet.

Hoe herken je een hoogbegaafd kind?

Laat ik mezelf kort voorstellen.
Ik ben Nathalie Maes, auteur van Mindset – Waarom positief denken belangrijk is bij hoogbegaafdheid. Vanuit mijn eigen ervaringen met hoogbegaafdheid inspireer ik graag zowel kinderen als volwassenen om hun talenten te herkennen en te benutten. In dit artikel neem ik je mee in hoe vroege interesses zich al op jonge leeftijd kunnen laten zien — vaak veel eerder dan ouders verwachten.

Speelgoed dat geen speelgoed is

Hoogbegaafde kinderen kunnen al op jonge leeftijd een opvallende nieuwsgierigheid hebben. Terwijl veel peuters vooral spelen en ontdekken via traditioneel speelgoed, laten sommige kinderen voorkeuren zien die verder reiken dan je in deze leeftijdsfase zou verwachten. Voor ouders en leerkrachten kan dit een eerste aanwijzing zijn dat er sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid.

Je ziet bijvoorbeeld dat hun aandacht vanzelf naar andere dingen gaat dan poppen, blokken of simpele spelletjes. Ze raken gefascineerd door onderwerpen of materialen die je eerder bij oudere kinderen zou verwachten. Dat kan betekenen dat:

  • een vergeten spelbord ineens helemaal tot leven komt
  • de boekenkast sneller leeg raakt dan je had gedacht
  • een instrument dat al jaren stof vangt, opeens de volledige aandacht krijgt
  • ze liever puzzels met honderden stukjes maken dan met speelgoed spelen
  • ze meeluisteren met films voor volwassenen en daardoor spontaan woorden in een andere taal oppikken

Niet elk voorbeeld betekent automatisch hoogbegaafdheid, maar het zijn wél signalen om alert op te zijn.

Zelf ontdekken, in stilte of met grote focus – zo leert een hoogbegaafd kind

Veel kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong verkennen de wereld graag zelfstandig. Ze nemen informatie razendsnel op, stellen verrassende vragen en laten zich moeilijk afleiden zodra een onderwerp hun interesse gewekt heeft. Traditioneel speelgoed is dan vaak simpelweg niet uitdagend genoeg.

Bij deze kinderen zie je vaak:

  • een grote drang om te begrijpen hoe dingen werken
  • een sterke behoefte om hun eigen pad te volgen
  • dat interesses plotseling kunnen ontstaan en intens kunnen zijn
  • dat ze snel doorgroeien in een onderwerp zodra ze de kans krijgen

Voor ouders en leerkrachten is het waardevol om te weten dat deze interesses al op jonge leeftijd zichtbaar kunnen worden.

Vroege interesses stimuleren bij een hoogbegaafd kind

  1. Geef ruimte aan hun leerhonger

Kinderen die veel vragen stellen en alles willen begrijpen, hebben baat bij volwassenen die dat serieus nemen. Binnen school kan dat door te verdiepen, te verrijken of — waar nodig — te versnellen. Thuis helpt het om nieuwsgierigheid te ontvangen als iets positiefs.

  1. Laat ze onderzoeken op hun eigen manier

Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen vaak originele oplossingen of nieuwe ideeën. Geef ruimte om dingen uit te proberen, informatie te verzamelen en projecten te starten zonder strak kader.

  1. Introduceer nieuwe ervaringen

Bied materialen, activiteiten of uitdagingen aan die passen bij hun denk- en leerniveau. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn: een moeilijkere puzzel, iets bouwtechnisch, een informatief boek, een museumbezoek, een workshop… Kleine dingen kunnen al veel losmaken.

  1. Leer dat fouten maken erbij hoort

Veel van deze kinderen leggen de lat hoog voor zichzelf en kunnen faalangst ontwikkelen. Benoem dat leren tijd kost, dat fouten waardevol zijn en dat groei belangrijker is dan perfectie.

  1. Help bij samenwerken en afstemmen

Hoewel ze graag alleen werken, leren kinderen veel van samen creëren, denken en bouwen. Dat vergroot hun sociale vaardigheden én helpt ze ontdekken hoe ideeën nog sterker worden wanneer je met anderen meedenkt.

De waarde van je eigen interesses volgen – ook als je onderweg obstakels tegenkomt – heeft me altijd gefascineerd. Het inspireerde me zelfs tot het schrijven van mijn boek Mindset: Waarom positief denken belangrijk is bij hoogbegaafdheid. Als ik met mijn ervaringen en inzichten anderen mag raken of in beweging kan zetten, maakt me dat oprecht blij.

In het boek deel ik onder andere voorbeelden van eerdere samenwerkingen en projecten. Situaties waarin verschillende talenten samenkwamen en precies dát zorgde voor mooie resultaten, in allerlei sectoren en contexten.

Doen wat bij je past geeft energie

Kinderen kunnen al vroeg ergens helemaal door geboeid raken. Daarom is het belangrijk dat ze op school hun motivatie behouden en later een studiekeuze kunnen maken die écht bij hen past. Want uiteindelijk wil je een beroep uitoefenen waarvan je weet: hier haal ik elke dag energie uit.

Waarom mindset zo belangrijk is voor een hoogbegaafd kind

Cover Mindset, hoogbegaafd kind, nathalie maesPassie is nu eenmaal de motor achter motivatie. Laat je dus niet afschrikken door de hobbels die onderweg op je pad komen. Het maakt niet uit in welk werkveld je zit of welke richting je op wilt – iedereen heeft zijn eigen route. Misschien merk je tijdens het lezen van dit stuk dat je zelf toe bent aan iets nieuws, maar dat de drempel nog net iets te hoog voelt.

Laat je dan niet tegenhouden. Als dit artikel je aanzet om een stap te zetten, nieuwe ideeën te onderzoeken of anderen te inspireren, is mijn missie geslaagd. In Mindset laat ik zien hoe een positieve instelling kan helpen om doelen niet alleen te stellen, maar ook écht te durven nastreven. Benieuwd geworden? Het boek is te vinden via bol.com.

In het kader van persoonlijke HSP-verhalen, nemen we deze keer een kijkje achter de schermen van Color Your Life met het verhaal van Laura Woolthuis, redacteur en schrijver van enkele van onze artikelen. Wanneer kwam zij erachter dat ze HSP was? Hoe gaat ze ermee om en hoe plukt ze er nu in haar dagelijks leven de vruchten van?

Grote gevoelens

Ik was altijd al een gevoelig kind, wat zich meestal uitte in grote gevoelens bij zowel positieve als negatieve situaties. Zo wist ik al heel jong wanneer ik een sterke nee voelde als ik iets niet prettig vond en kon ik slecht tegen heftige of bloederige verhalen. Ik ben zelfs een keer flauwgevallen in de klas toen ik een boek las waarin een intense pijn voorkwam! Door dat soort momenten ontdekte ik dat ik soms de gevoelens van anderen kon voelen en ook de ware intenties van iemand kon zien. De juf die bijvoorbeeld ineens poeslief deed als er ouders bij waren, maar ondertussen voor mij duidelijk nepheid uitstraalde. Dat vond ik heel verwarrend, want wat doe je daarmee als kind?

Van overprikkeling was lang geen sprake, wel van onderprikkeling. Hoewel ik daar pas op latere leeftijd achter ben gekomen (daarover later meer). De eerste keer dat ik echt overprikkeld raakte was op mijn 13e, toen ik naar een spirituele beurs was geweest. ’s Avonds lag ik in bed en ik was klaarwakker. Het voelde alsof ik onder stroom stond. Ik had alle energieën van die dag als een spons in me opgezogen en ze konden nergens heen om te ontladen. Dat was een heel vreemde ervaring.

Hoogsensitief (HSP)

Op mijn 27ste hoorde ik pas over HSP. Ik googelde ‘pijn van andere mensen voelen’ (wat veel zegt over mijn ervaringen haha) en deze term rolde eruit. Ik kocht meteen het boek van Elaine Aaron, maar tijdens het lezen herkende ik mezelf helemaal niet in die vroege omschrijving van HSP: het leek meer over extreem introverte en gevoelige mensen te gaan die hun huis niet durfden te verlaten uit angst voor prikkels. Zo was ik absoluut niet, ik hield juist van avontuur en prikkels!

Uiteindelijk kwam ik door omstandigheden in een heftige burn-out terecht. Ik zat helemaal vast en mentaal ging het heel slecht. Ik hoorde over HSP-coaching en ik dacht, laat ik het eens proberen. Zo kwam ik bij Color Your Life terecht en het was zo’n fijne ervaring om door Denise gecoacht te worden! Ik kon goed met haar filosoferen over dingen die me bezighielden en zij werd het eerste goede stemmetje in mijn hoofd. In mijn jeugd heb ik veel te horen gekregen dat ik niet goed genoeg was, dat ik ‘te veel’, ‘te moeilijk’, ‘te…’ was, en om plotseling goede dingen over mezelf te horen was een heel nieuwe ervaring.

Ze heeft me een paar jaar gecoacht, door extreme overprikkeling, veel persoonlijke drama’s en paniekaanvallen heen. Uiteindelijk moest ik meer psychologische hulp zoeken, maar wist ik wel beter wat ik zocht in een coach/psycholoog. Ik las ook meer boeken over HSP, bijvoorbeeld over HSP HSS. Daarin herkende ik me meer: iemand die soms juist prikkels nodig heeft om op te laden. Maar toch had ik het gevoel dat dat nog niet de hele lading dekte.

Hoogbegaafd (HB)

En dat klopte. Kort daarna ontdekte ik dat ik ook hoogbegaafd ben. Een bizarre realisatie, want hoogbegaafden zijn toch extreem slimme mensen die heel goed zijn op school, klassen overslaan en moeilijke wiskundige formules kunnen oplossen? Dat was ik niet! Maar toch klopten alle zijns-kenmerken. Ik ben heel creatief aangelegd, heb veel talenten, vind veel dingen leuk, en pik die dingen ook snel op. Bovendien leer ik top-down, in plaats van bottom-up. Het was echt een eyeopener toen ik dit ontdekte. Het verklaarde ook waarom ik school juist altijd heel moeilijk had gevonden: als je in een wereld leeft waarin je alles ‘andersom’ wordt aangeleerd, dan is het lastig om mee te komen. Daarnaast begreep ik ook beter waarom ik mijn jeugd als ‘grijs’ heb ervaren. Er waren niet genoeg positieve prikkels om mijn hongerige brein bezig te houden.

Carrièreswitch

Al deze inzichten hebben mij uiteindelijk uit mijn identiteitscrisis geholpen en me laten ontdekken welke dingen bij mij passen. Wat voor dingen? Nou, werk bijvoorbeeld.

Na mijn studie begon ik met een kantoorbaan als redacteur bij een uitgever. De essentie ervan was leuk, maar na een aantal jaar ontdekte ik dat ik een afschuwelijke hekel heb aan van 9 tot 5 werken en altijd hetzelfde riedeltje afdraaien. Ik kan ook niet goed overweg met bazen: mensen die zich gedragen alsof ze boven mij staan en niet openstaan voor mijn input trek ik slecht. Dus voor mij reden genoeg om voor mezelf te beginnen als redacteur en vertaler.

Daarnaast ben ik ook operazangeres, werk ik parttime in dienst als actrice, en freelance als trainingsacteur. Hier geniet ik erg van. De afwisseling van het werk, en het improviseren en reageren op mensen geeft mijn brein een enorme boost. Het voelt eindelijk nuttig om zoveel ideeën te hebben. Maar ook om grote gevoelens te hebben en je in te kunnen in leven in andere mensen. En als eigen baas doe ik klussen die ik zelf heel leuk vind en bepaal ik grotendeels mijn eigen werkdagen en -uren. Kan ik ’s middags ook eens lekker een dutje doen als ik daar behoefte aan heb 😉.

Omringd door HSP

Natuurlijk spelen de mensen om je heen ook een grote rol als HSP. Bijna al mijn collega’s en vrienden zijn HSP en als ze dat niet zijn, dan zijn ze alsnog heel invoelend. Mijn partner is ook HSP (en waarschijnlijk hoogbegaafd) en dat levert fijne, intense momenten op. Je begrijpt elkaar beter als de één compleet overprikkeld thuiskomt van werk en eventjes wat ruimte voor zichzelf nodig heeft. Natuurlijk heeft het ook een keerzijde, namelijk dat je soms ‘te’ gevoelig kunt reageren op wat de ander zegt en dan ontstaan er heftige ruzies. Maar dat kan ook komen doordat we allebei operazangers en heel gepassioneerde mensen zijn 😉.

Het is heel fijn om omringd te zijn met mensen die hetzelfde ervaren. Daardoor voel ik me eigenlijk nooit meer ‘te’. En als dat oude gevoel toch weer eens de kop op steekt, dan weet ik dat er een heleboel mensen zijn die mij gewoon goed vinden zoals ik ben. Dat is een hele geruststellende gedachte!

Coaching

Als je beter weet hoe je in elkaar steekt, kun je dus ook keuzes maken die beter bij jou en je interesses aansluiten. Het is nooit helemaal perfect: je zult altijd een keertje overprikkeld raken of verveeld, of toch in omgevingen terechtkomen die niet echt bij je passen. Maar dan weet je wel hoe je met die situaties moet omgaan en waardoor je daar beland bent. Bij mij hebben al die ontdekkingstochten (want dat zijn het en blijven ze ook) ervoor gezorgd dat mijn leven van grijs, naar alle kleuren van de regenboog is gegaan. Had ik maar eerder geweten dat het leven zo sprankelend kon zijn!

Zoals ik eerder zei, heeft Denise me daarbij heel goed geholpen. Ze luistert met veel interesse en reflecteert niet alleen mee op jou maar ook op zichzelf, wat voor mij veel mooie, wederkerige gesprekken opleverde. Als iemand die voorheen op heel veel vlakken in het leven zwaar in de knoop zat, kan ik echt zeggen dat haar coaching een belangrijk onderdeel in mijn herstel is geweest.

Ik hoop dat onze blogs herkenning en geruststelling bieden. Weet: je bent niet alleen, je bent hartstikke normaal en niet ‘te’! Mocht je graag meer willen weten over wat HSP inhoudt, hoe je kunt omgaan met de uitdagingen ervan en hoe je er de vruchten van kunt plukken, abonneer je dan op de maandelijkse inspiratiemail en/of neem contact op met Denise bij Color Your Life. Ik beloof je: het is het waard!